Interview met Martijn Stöfsel

Martijn Stöfsel is één van onze docenten van de CELEVT Trauma Academie, maar wie is nou precies Martijn Stöfsel, waar komt zijn affiniteit met trauma vandaan en wat is onder andere zijn kijk op bepaalde trauma-behandelingen?

Wie is Martijn Stöfsel?

Martijn Stöfsel, klinisch psycholoog, psychotherapeut en sinds vijf jaar docent aan onder andere de CELEVT Trauma Academie. Martijn heeft veel ervaring met de behandeling van gevolgen die voortkomen uit het meemaken van een traumatische gebeurtenis.

Martijn, binnen het vakgebied ben je één van de vooraanstaande experts op het gebied van complex trauma. Waar komt de affiniteit met complex trauma/traumaverwerking vandaan?

Ik ben opgegroeid in een gezin, waarin de Tweede Wereldoorlog van jongs af aan een rol heeft gespeeld binnen ons gezin. Hierdoor ben ik op jonge leeftijd geïnteresseerd geraakt in hoe mensen schokkende gebeurtenissen kunnen overleven.

In mijn adolescentie heeft zich in het gezin waarin ik ben gegroeid iets heel naars voorgedaan. Ik heb toen zelf aan den lijve ervaren dat je schokkende gebeurtenissen een plek kunt geven zodat het je uiteindelijk niet meer belemmert.

Je bent twintig jaar werkzaam geweest bij het SinaiCentrum, kun je daar wat meer over vertellen?

Het SinaiCentrum is een joods psychiatrisch centrum dat gespecialiseerd in de behandeling van ernstig oorlogstrauma. Ik heb daar gewerkt op de polikliniek en op de deeltijdbehandeling. Met de daar opgedane kennis ben ik op postdoctorale opleidingen les gaan leven.

Op een gegeven moment ben ik mijn ervaringen die ik had met de behandeling van complex trauma op gaan schrijven. Daaruit is mijn eerste boek Complex Trauma, dat ik samen met Trudy Mooren schreef, ontstaan.

Wat is volgens jou nou de meerwaarde van de CELEVT Trauma Academie?

De waarde van de Trauma Academie zit er voor mij in, dat er een specifieke opleidingsplek is waar uitgebreid aandacht besteed wordt aan de gevolgen van vroegkinderlijk traumatisering en hoe dat behandeld kan worden. Ik vind ook dat de pluriformiteit van de verschillende docenten, met verschillende opvattingen, ook een meerwaarde heeft binnen de opleiding. Binnen de CELEVT trauma-academie leren en trainen cursisten op een veelzijdige manier hoe je een traumabehandeling moet opzetten en uitvoeren. Dat is een absolute meerwaarde mijns inziens.

Je geeft zelf les aan de CELEVT Trauma Academie, wat behandel jij in jouw cursus?

Ik bespreek in grote lijnen hoe je een traumabehandeling moet opzetten: het belang van een holistische theorie of casus conceptualisatie, de interventie cirkel, het opstellen van een trauma lijst, verschillende traumaverwerkingstechnieken zoals imaginaire exposure en met name imaginaire rescripting.

Verder sta ik stil bij het gevaar dat zich voordoet bij de behandeling van langdurige complexe politiek, namelijk dat het weke hart van de hulpverlener te veel de overhand krijgt, waardoor behandelingen onnodig lang kunnen duren.

Je bespreekt in je cursus hoe je een traumabehandeling moet opzetten, maar wat is nou volgens jou het belangrijkste binnen een traumabehandeling?

Het belangrijkste is dat je aan het begin van een behandeling een goede holistische theorie opstelt. Daarna moet je in principe trauma focused gaan werken. Dat wil zeggen dat je toewerkt naar actieve toepassing van traumaverwerkingstechnieken op de meegemaakte traumata, wat die zijn de onderleggers van de ontstane coping of andere comorbide problemen. Daarbij moet je oog hebben voor de vaak complexe en naar afdwaling verleidende gebeurtenissen die zich in het leven van iemand voor kunnen doen. Daar moet je wel passende aandacht voor hebben, maar je moet alert zijn dat het niet tot vermijding van de behandeling van de traumata leidt.

Welke verwerkingstechniek heeft jouw voorkeur als het gaat de verwerking van complex trauma?

Complexe problematiek heeft vaak te maken met vroegkinderlijke traumatisering, waarbij de ‘daders’ mensen uit de naaste familiekring zijn. Daardoor hebben er loyaliteitskwesties gespeeld, die meestal nog steeds (deels) actueel voelen. Hierdoor kan er onvoldoende zogenaamde ‘Gezonde Volwassene’-potentie aanwezig zijn, die nodig is voor een techniek als Imaginaire Exposure of EMDR. Om die reden heb ik bij vroegkinderlijke traumatisering -waarbij loyaliteitskwesties spelen- een voorkeur voor Imaginaire Rescripting. 

Hoe weet je nou wanneer je welke verwerkingstechniek het beste kunt gebruiken? Heb je daar een leidraad voor?

In 2020 is mijn boek ‘Trauma en verwerkingstechnieken’ verschenen. Daarin staan de protocollen van de drie belangrijkste verwerkingstechnieken uitgebreid beschreven. In dat boek is ook veel aandacht besteed wanneer welke verwerkingstechnieken meer of minder geïndiceerd is.

In dit boek staat tevens veel informatie hoe je een traumabehandeling kunt opzetten.

In het najaar van 2023 verschijnt het boek “Trauma en zelfbeeld, de behandeling van een disfunctioneel zelfbeeld”. Dit boek is geschreven door Martijn Stöfsel en Simone de la Rie.

Ja, ik abonneer mij op de nieuwsbrief van CELEVT en de Trauma Academie