Schuld en schaamte, CELEVT congres 2018

Gepubliceerd in Tijdschrift Persoonsgerichte experiëntiële Psychotherapie, Heidi Deknudt

Elke nacht weer stamp ik me uit
mezelf
Als ik voelwat ik voel
Wanneer ik mijn benen aan mijn lijf
terug zet
Dan breekt de hel en de hemel en
alles wat er is los
Dan verga ik van verdriet.

Uit het dagboek van Veerle Van Wassenhove

Schuld en schaamte’, hoe omvattend kan het zijn… Hoeveel valt erover te vertellen, maar hoe-veel blijft ook onverteld…

Deze dag is alleszins goed gevuld en biedt veel ruimte voor allerhande verhalen.Na een kort openingswoord van Martijne Rensen, de voorzitster, neemt Anton Hafkenscheid het als dagvoorzitter over. Ook hier een korte inleiding waarin hij stelt dat door de nadruk op klachtgericht behandelen mensen met vroegkinderlijk trauma te-kort worden gedaan, omdat schuld en schaamte zo verweven zijn met de identiteit, dat het een andere aanpak vergt. Hij waarschuwt ons voor een warm congres, en dat hij als dagvoorzitter als taak heeft om de temperatuur te laten zakken, zowel uit energiebesparende overwegingen als uit tijdsbegrenzend opzicht.

En warm is het congres inderdaad, een kleine groep (ongeveer 150 mensen, een aantal dat de laatste jaren stabiel blijft, ondanks de vele andere conferenties rond het thema), de mix van er-varingsdeskundigen en professionals en de humor en zelfrelativering die te horen is. Geen spreker voelt zich te beroerd om zijn eigen kleine kantjes te erkennen.

Mogelijks komt dit voort uit het feit dat de lezingen samen met ervaringsdeskundigen wer-den gebracht maar ook dat het werken met mensen met vroegkinderlijke trauma’s vereist dat je jezelf als therapeut regelmatig in vraag stelt. Als toehoor-der is het erg geruststellend dat ook de sprekers vooraan geen schaamte hebben om hun eigen ‘gek-ke trekken’ te benoemen.

De spits werd afgebeten door Therese Bravenboer, een ervaringsdeskundige en behandelaar met een getuigenis over haar leven waar je stil van wordt. Zij bracht een boek uit: ‘Kostbaar as’ (verschenen onder de naam Theresia Stiller). Het is een mooi thematisch opgebouwd verhaal waarin ze ons meeneemt in wat schuld en schaamte hebben betekend in haar leven en hoe het een le-venslange erfenis is geworden. In latere workshops wordt het onderscheid tussen schuld en schaamte wel gemaakt, maar zij vertelt dat in een getrauma-tiseerd hoofd die twee door elkaar lopen. Ze wist met haar hele lijf: ik ben schuldig. Dit was haar overlevingsstrategie om in het sprookje ‘mama’s en papa’s zijn te vertrouwen en zien hun kinderen graag’ te kunnen blijven geloven.

Als kind ado-reerde ze haar vader, ze voelde zich een heel slecht kind: als ze … zou zijn, zou haar vader haar wel waarderen. Als tiener leek ze aan de buitenkant een normale puber te zijn, maar inwendig schuifelde ze vooruit. Ze is dan gehuwd met de eerste de beste man die vriendelijk was tegen haar en daar had ze kinderen mee. Toen leek haar leven eindelijk wat in rustiger vaarwater te komen tot bleek dat haar kind op vierjarige leeftijd werd misbruikt. Het frap-peerde haar dat er veel verontwaardiging was in de omgeving, maar dat zij het gevoel had: ik snap dit mechanisme veel te goed. Toen is ze in thera-pie hulp gaan zoeken. Daar werd gesproken over multiple persoonlijkheid en werd ze uitgenodigd om ook contact te zoeken met ‘haar vies, vuil, mis-bruikt kind’. Dit bracht heel veel woede naar bo-ven, ze automutileerde jarenlang terwijl ze intussen probeerde te werken aan de basis: proberen ver-trouwen te krijgen tegenover het diepgewortelde wantrouwen.

Nog steeds voelt ze zich als volwassene en moe-der schuldig tot in de grond van haar wezen, zo hardnekkig is het. Het was een proces met veel val-len en opstaan, ze voelde schaamte voor haar kin-deren, voor de omgeving; verwerping hing als het zwaard van Damocles boven haar hoofd. Voortdu-rend was ze voorbereid, alert op blikken, woorden, …

Na al die jaren zit de schaamte nog steeds in haar systeem. In therapie heeft ze geleerd om de angst, de pijn te aanvaarden en om de schaamte met liefde te bekijken. Het enige wat ze kan doen is het ver-lies ervaren en aanvaarden: ze heeft als kind haar onschuld verloren. En dat mág een heel moeilijk proces zijn! Bijna niet te geloven dat deze moedige, dappere, wijze vrouw dezelfde is als de vrouw die jarenlang automutileerde en niet uit bed raakte.

Na deze indrukwekkende en beklijvende ge-tuigenis neemt Frans Schalwijk met enige schroom het woord. Recht vanuit het hart vraagt hij zich af hoe hij de overgang kan maken: je wil niet we-ten dat mensen dit elkaar aandoen, en zeker niet als man. Schalwijks lezing gaat over het verbergen van kwetsbaarheid onder sociaal gewaardeerd ge-drag. Hij maakt het onderscheid tussen schaamte (wat gaat over de identiteit, je kan er niet van weg-lopen) en schuld (gaat over het gedrag, gedachten, fantasieën), tussen een soepel geweten en toxische schaamte of schuld en ten slotte tussen psychopa-thie (geen gevoelens van schuld of schaamte) en slachtofferschap (te veel gevoelens van schaamte en schuld).

Vervolgens wordt de link met narcisme gemaakt: door chronische relationele teleurstelling en be-dreiging van het self-as-agent en het self-as-subject, wordt de significante ander geweigerd en verdwijnt de wederkerigheid. Het lijden bij narcisme bestaat eruit dat er geen vertrouwen meer is dat de ander welwillend is en het verlangen naar wederkerig-heid wordt opgegeven. Dit zorgt voor moeilijke dy-namieken in therapie, het verlangen naar wederke-righeid dat door de therapie weer naar boven komt, moet kapot gemaakt worden wat leidt tot voortdu-rende conflicten in de therapie.

Het type van waakzaam narcisme wordt verder uitgewerkt. De meeste patiënten met waakzaam narcisme melden zich met klachten van burn-out, depressie of perfectionisme. Je voelt het narcisme er niet dadelijk onder. Dit is het narcisme waar-naar Alice Miller verwijst in ‘Het drama van het begaafde kind’. Waakzaam narcisme wordt, aldus Schalkwijk, gekenmerkt door verstoorde zelfregula-tie en emotieregulatie en door verstoorde interper-soonlijke relaties.

De verstoorde zelfregulatie herken je aan het zich belangrijk willen voelen voor de ander, de an-dere steeds centraal zetten (als kind heeft de cliënt geleerd om goed in te schatten wat de behoeftes van de moeder waren). Hier gaat een verborgen grootheidsfantasie onder schuil. Bij waakzaam nar-cisme is de dysfunctionele emotieregulatie te her-kennen in de voortdurende angst voor ontmaske-ring, er is veel schaamte. De hulpvraag in therapie is om zichzelf rustig te krijgen, niet om zichzelf te leren kennen. Woede wordt afgeweerd en zichzelf zien als klein of behoeftig leidt tot zelfminachting.

De verstoorde interpersoonlijke relaties zijn terug te vinden in de dynamiek van belangrijk willen zijn voor de ander, maar eens die andere sterker wordt, leidt dit tot een breuk. De weinige behoeftes die wel worden gevoeld, dienen onuitgesproken door de ander te worden herkend en bevredigd. Veel therapeuten hebben wel kenmerken van waakzame narcisten, wat te merken is aan het ge-ven van afspraken op de meest onmogelijke tijd-stippen, langer doorgaan,… Met een knipoog bekende Hafkenscheid dat hij die ochtend om zeven uur al een patiënt had ge-zien.

Nelleke Nicolai heeft het in een haast niet te volgen tempo over het verschil tussen affecten, emoties en gevoelens. Vernieuwend vond ik het verband tussen schaamte en het gehechtheidsper-spectief: schaamte komt voort uit de reactie op een onverwachte weigering van een belangrijke ander om gezamenlijk een gehechtheidsband te creëren die dyadische emotieregulatie veroorlooft. Het is de viscerale reactie op het gevoel uitgestoten te zijn.

Beschamende interacties in combinatie met een ge-brek aan reparatie leiden tot vernedering; wanneer dit chronisch voorkomt, is dit een toxische staat voor het zich ontwikkelende brein.In therapie zijn de interventies in de eerste fase gericht op het erkennen en herkennen van schaam-te, daarna op empathie en compassie en in de laatste fase op een toename van een realistisch zelfbeeld. De drie pilaren in de behandeling zijn: het ‘ideale-ouderprotocol’, metacognitieve en mentalisatie-bevorderende interventies en het bevorderen van samenwerking in de therapie en buiten de therapie.

Het ideale-ouderprotocol wordt in de namid-dag door Nicolai in een workshop gepresenteerd. Het komt uit het boek ‘Attachment Disturbances in Adults’ van Daniel Brown en David Elliott (2016). Nadat we de verschillende stappen hadden door-lopen, konden we oefenen in drietallen met dit ouderprotocol. Voor de meesten onder ons was het een helende ervaring die zeker zijn dienst kan be-wijzen in therapie. Je vraagt als therapeut dat de cliënt zich een vroegere situatie voor de geest haalt en zich voorstelt hoe de ideale ouders, die precies passen bij wie de cliënt is en nodig heeft, zouden reageren.

Als therapeut suggereer je de gehecht-heidsbevorderende kwaliteiten van de ‘ideale ou-ders’. Door dit gedurende verschillende sessies te herhalen, kan het opgeroepen gevoel van veilig-heid en geborgenheid geïnternaliseerd worden. Als therapeut versterk je de suggestie van betrouw-baarheid, consistentie, veiligheid en geborgenheid, waarbij je steeds terugkeert naar de verankering in het lichaam. Dit wordt uitvoerig besproken in een nog te verschijnen artikel. ‘De existentiële voedingsbodem van ervarings-deskundigheid: een deskundigheid die er bij be-handelaren eigenlijk niet zou moeten zijn?’ is het thema van Alie Weerman.

Deze lezing is bij uitstek toegespitst op de Nederlandse situatie, waar een opleiding ‘ervaringsdeskundige’ wordt ingericht. Ervaringsdeskundigheid is geworteld in persoon-lijke ervaringen met onmacht, ontwrichting en trau-ma, een existentiële voedingsbodem die doordrenkt is met pijn en schaamte die je liever niet had gehad. Waarom zou je in opleiding of werk deze duistere onverdraaglijke kanten van je leven aan het licht willen brengen en er een deskundigheid op willen baseren?

In haar presentatie gaat Weerman in op de eigenaardigheden van ervaringsdeskundigheid bij professionals in de ggz. De voordelen van erva-ringsdeskundigen zijn dat ze een baken van hoop en bemoediging kunnen zijn, dat het wij-zij-denken vermindert en dat er gelijkwaardigheid en weder-kerigheid is met de cliënt. Het kan echter ook een trigger zijn voor wanhoop: waarom lukt het hen wel en mij niet? In het verder verminderen van het stigma en de schaamte kan een ervaringsdeskun-dige meer het ongemak verdragen en de tijd nemen om met creatieve werkwijzen door te gaan waar de reguliere hulpverlening vaak spaak loopt.

Het tegenstrijdige is dat je kennis hebt van on-macht, ontwrichting en herstel, maar dit is een ongebruikelijke vorm van kennis die je liever niet had gehad. In een opleiding waar de deelnemers gemengd zijn (ervaringsdeskundigen en profes-sionals) komen beide polen van kennis samen. De schaamte die een ervaringsdeskundige aanvanke-lijk voelt, evolueert naar trots: de ervaring met on-macht wordt ingezet naar eigen kracht. Het smaakt echter wrang dat de opleiding nog niet op waarde wordt geschat door de werkgevers.

Deze theoretische uiteenzetting wordt opnieuw afgewisseld met een getuigenis, deze keer van Ve e r-le van Wassenhove uit Brugge, die uitleg gaf bij haar beeldend werk waarin ze het belang van hechting onderstreept. (Wie geïnteresseerd is kan veel van haar werken bekijken op: www.theartofsurviving.be.) Er waren tekeningen, dagboekfragmenten en een tijdslijn te zien van haar, het was duidelijk dat ze een heel moeizame weg is gegaan, waarbij ze veel dieptes heeft moeten overwinnen.

‘Daar wordt aan de deur geklopt…’ is de her-kenbare titel van de namiddagworkshop van Irma Roovers. We zijn met een klein groepje, hetgeen de interactie bevordert. Aan de hand van vier casussen worden we uitgenodigd om mee na te denken waar het fout ging in de therapie; Roovers was zo dapper om ons haar verbroken therapieprocessen uit de doe-ken te doen. Het is moeilijk om hier verslag van te doen, maar het was wel een heel relaxte en fijne ma-nier om de dag af te ronden. De link met schuld en schaamte was soms moeilijk te leggen, maar allicht ging het ook om deze gevoelens bij de therapeut.

Een heel fijn congres, waar ik weer met nieuwe energie en inspiratie vandaan ging.

HEIDI DEKNUDT is cliëntgericht en psychoanalytisch therapeut, werkzaam in eigen praktijk in Denderhoutem. Ze specialiseer-de zich in rouw en traumatherapie. Correspondetie-adresheidi.deknudt@gmail.com

Ja, ik abonneer mij op de nieuwsbrief van CELEVT en de Trauma Academie